CVADF


Go to content

Depressief, angstig en christen

Artikelen

Doodsbang, depressief en christen…

Eva 10 - oktober 2005 - Petra Butler.

Vormen je geloof en geloofsgenoten een steunpilaar als je psychisch in de knoop zit, of worden je problemen er juist groter van? Enkele persoonlijke ervaringen met commentaar van deskundigen.

Je bent angstig, depressief en de hemel lijkt van gewapend beton. Eerst durf je er met niemand over te praten, want je snapt het zelf niet - en diep van binnen schaam je je wild dat het zover met je gekomen is. Na lang aarzelen neem je een christelijke vriend of vriendin in vertrouwen. Als je het treft, is het iemand die je steunt en voor je bidt, al begrijpt hij of zij niet wat je voelt. Als je het nog beter treft, is het iemand met soortgelijke ervaringen, bij wie je herkenning vindt en goede raad.

Er zijn echter ook mensen die zo'n instorting niet van je hadden verwacht. Want je bent toch christen? Neemt God niet alle angst weg? Hebben we dankzij Hem niet alle reden om opgewekt te zijn? 'Zet jezelf eroverheen', zeggen ze, 'bid meer en denk vooral aan mensen die het moeilijker hebben dan jij!'
Hoe goed bedoeld ook, je kunt iemand die depressief en bang is niet dieper de put in praten dan door zoiets te zeggen. Want depressie - in al haar verschijningsvormen - is een ziekte, geen tijdelijk dipje en geen uiting van egocentrisme. Evenzo is een angststoornis (die je vaak inclusief depressie geleverd krijgt) - geen vorm van aanstellerij en niet iets waar je je 'eroverheen kunt zetten'. Opgewekt doen betekent toneelspelen. En denken aan mensen die het moeilijker hebben? Daarvan word je nog veel ellendiger.
Het feit dat je bang en depressief bent als christen, betekent dus niet per definitie dat je geloof rammelt. Waarschijnlijker is dat je, net als de rest van de mensheid, onderhevig bent aan de invloed van genen, biochemische processen en de schommelingen van het leven. Toch wordt vaak - omdat het om 'iets psychisch' gaat - de link met geloof gelegd. Meer dan bij duidelijk lichamelijke aandoeningen. Niemand zegt tegen een vriendin met een gebroken been dat dat been heel was gebleven als ze dichter bij God had geleefd, of dat die breuk een uiting is van zonde of zelfs occulte belasting. Er zijn christenen die zulke dingen wél zeggen tegen mensen met depressies en angsten. De oorzaak van deze aandoeningen ligt doorgaans echter in een mix van biologische, psychische en sociale factoren. Ingewikkeld genoeg om de diagnose aan deskundigen over te laten…

De depressie en angst beslopen mij voor het eerst toen ik achttien was. En wat heb ik vaak gewenst dat ik in plaats daarvan dat gebroken been had. Ze zouden me razendsnel naar het ziekenhuis brengen, iedereen zou langswaaien met een bloemetje en - het belangrijkste - na een paar maanden zou het over zijn. Nu was ik ziek, maar ik wist niet wat het was en hoe lang het zou duren. Bovendien had vrijwel niemand het in de gaten.
Het gebeurde niet ineens. Ik zat op kamers, druk met een studie, toen mijn gevoel geleidelijk veranderde. Ik werd bang en onrustig, in m'n eentje, maar ook in gezelschap. Als tiener had ik dergelijke gevoelens al, maar nooit zo extreem. Na een paar maanden was het vanbinnen zwaarbewolkt. Het leven leek zinloos, de toekomst zwart. Overdag hield ik me krampachtig goed, maar 's avonds kon ik alleen nog huilen.

Wat had ik nu aan m'n fiets hangen? Ik was gezond, had vrienden, het leren ging prima, ik kwam uit een liefhebbend gezin - en toch wilde ik sinds kort het liefste dood. Die laatste gedachte hakte erin. Dit was verkeerd en ondankbaar! Bovendien: ik was overtuigd christen. Het was de bedoeling dat ik mij zou 'verblijden te allen tijde'. Als gelovige hoorde je positief, liefdevol en behulpzaam te zijn. Daar leek het bij mij allerminst op. Als ik God vroeg wat er aan de hand was, bleef het stil. Dus zocht ik de oplossing in meer m'n best doen. Ik haalde hoge cijfers, las positief-christelijke boeken en deed opgewekt. Omdat ik nog geen vaste gemeente had gevonden, bezocht ik allerlei kerken en groepen in de hoop op een antwoord. Maar de depressie werd erger. Ik sliep slecht en kreeg nachtmerries. Steeds meer angsten drongen zich aan me op. Ik werd bang de macht over mezelf te verliezen. Om te voorkomen dat er door mijn toedoen iets mis zou gaan, ging ik controleren: of het gas uit was, of de fles bleekwater goed dichtzat, of m'n handen schoon waren als ik voor anderen kookte… De hele wereld was gevaarlijk, alles een bron van angst. Ik las veel in de Psalmen in die tijd. David! Hij begreep hoe ik me voelde. Hij had hetzelfde, wat het ook zijn mocht. 'Wees mij genadig o Heer, want ik ben benauwd.'

Is depressief en angstig zijn anders voor een christen dan voor iemand die niet gelooft? Psychiater Rien Schoonhoven, oprichter van de stichting voor Psycho Pastorale Hulpverlening, zegt: "Ik zie vooral de eenheid van de mens, in die zin kun je geloof en psychisch functioneren niet scheiden. Een depressie werkt altijd in op je geloofsleven en omgekeerd: hoe een depressie zich uit, wordt mede door je geloofsbeleving ingekleurd. Zo gaat een depressie bij iemand uit erg orthodoxe kring vaak gepaard met schuld- en zondegevoelens, of met de angst om de zonde tegen de Heilige Geest begaan te hebben. Een buitenkerkelijk iemand weet niet eens wat dat laatste is. Ik maak zelden mee dat mensen door een verkeerde geloofsbeleving depressief worden. Wel zie ik dat mensen die in een sfeer van somberheid en ernst zijn opgegroeid, later hun emoties moeilijker uiten en problemen hebben in hun gevoelsleven - en dat kan wel leiden tot depressie."

Psychiater Gerrit Glas, voorzitter van de stichting Psychiatrie en Religie en redacteur van het blad Psyche en Geloof, zegt: "Er is vaak een innige samenhang tussen psychiatrische stoornissen en levensproblemen - en die levensproblemen hebben bijna per definitie ook een levensbeschouwelijke of religieuze dimensie." Glas ziet niet altijd duidelijke verschillen tussen psychiatrische ziektebeelden van christenen en niet-christenen. "Ik heb wel het idee dat gevoelens van schuld, falen en minderwaardigheid, die bij depressies veel voorkomen, een religieuze inkleuring krijgen (ik ben minderwaardig want ik ben zo zondig). Dergelijke gevoelens kunnen sterker worden omdat iemand het geloof op een negatieve manier interpreteert. Bijvoorbeeld een depressieve moeder die zich schuldig voelt omdat ze taken laat liggen. Ze verbindt haar 'falen' met de gedachte dat de mens zondig is en in het krijt staat bij God. Redding is er voor degenen die ook iets van verlossing ervaren - en dat is bij haar niet het geval. Ze is dus ondankbaar en maakt het door haar 'slechte' gedrag alleen nog maar erger. Ze is niet uitverkoren…" Als ander voorbeeld noemt Glas een depressieve man die verlangt naar de dood en obsessief bezig is met bijbelteksten die de vruchteloosheid van de tijd op aarde lijken te onderstrepen en de heerlijkheid van het leven na de dood. "Zo worden ideeën die met het geloof samenhangen, erg uitvergroot en vertekend." Over de samenhang tussen bepaalde klachten en kerkelijke achtergronden zegt Glas: "Dat soort patronen zie je soms wel, maar omdat kerkelijke grenzen en culturen nogal aan het veranderen zijn, moet je erg oppassen met generaliseren."

Gelukkig merken beide psychiaters ook positieve effecten van geloven. Schoonhoven: "Ik zie geregeld dat depressieve en angstige mensen door positieve geloofservaringen eerder uit hun depressie komen. Dat hoeven geen spectaculaire dingen te zijn, zoals plotselinge gebedsgenezing. Ook de trouw waarmee een pastor op bezoek komt kan hun geloof laten opbloeien, evenals de steun van medemensen of het vinden van een goede behandeling."

Intussen was mijzelf nog steeds niet duidelijk wat ik nu eigenlijk hád. Dus stapte ik naar de dichtstbijzijnde huisarts, een introverte oudere man, en deed hakkelend mijn verhaal. Hij knikte, zei iets over meisjes en ongesteldheid en stuurde me naar huis met een recept voor een kalmeringsmiddel. Maar ik wilde er geen verslavingsprobleem bij, gooide de pillen weg en verviel weer in mijn ritme van hard werken, vrolijk doen en zwembaden vol huilen. Vreemd genoeg kon ik nergens laagdrempelige boeken over m'n klachten vinden. Tegenwoordig zijn de bibliotheken bijna betegeld met zelfhulpboeken over depressie en angst, maar twintig jaar geleden waren die onderwerpen blijkbaar taboe. Mijn ouders steunden me maar wisten geen oplossing, evenmin als de predikant in m'n geboorteplaats. Ik klampte me vast aan de bijbeltekst dat 'God alle dingen doet meewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben.' Er móest een bedoeling zijn.

Volgens Gerrit Glas is het niet altijd zo dat christenen meer vertrouwen in Gods bedoeling met hun psychische aandoening. "Vaak leven er juist vragen op dat punt. Mensen kunnen daarover erg tobben. Wel hoor je vaak achteraf dat hetgeen men meegemaakt heeft, op een bepaalde manier 'zin' heeft gehad en tot groter vertrouwen in God heeft geleid. Een ander positief gevolg kan zijn dat je minder de behoefte hebt om de buitenkant mooi opgepoetst te houden - niet alleen het uiterlijk, maar ook het beeld van jezelf dat je naar anderen overeind probeert te houden. Dat kan ertoe leiden dat het in je geloof eveneens minder om uiterlijke zaken gaat. Natuurlijk moet je oppassen dat je een ellendige ervaring achteraf niet mooi praat. Aan ontkenning heeft niemand iets, ook niet als die in een religieus jasje wordt gestoken. Verder heeft een flinke depressie iets raars: als mensen er eenmaal weer uit zijn, kunnen ze zich vaak niet meer precies voorstellen hoe het was toen ze depressief waren. Rationeel herinneren ze het zich nog wel, maar het gevóel kunnen ze niet meer echt terughalen - en daarmee ook de religieuze aspecten niet. Vandaar dat ik de stelling dat je van een depressie altijd iets leert, niet onderschrijf."

Dat geheugenverlies ondervond ik ook toen na anderhalf jaar de zon doorbrak. Het was een ultieme luxe om 's ochtends op te staan met zin in de dag! Blijkbaar had God mij genezen. Ik kon me al snel niet meer voorstellen hoe het allemaal voelde. Vooruit kijken maar!
Helaas was de opluchting van korte duur. In een volgende baan, waar altijd teveel werk was, kroop de neerslachtigheid weer tevoorschijn. En al gauw denderden alle vroegere angsten als een lawine over me heen, inclusief de overtuiging dat het leven eng en zinloos was. Daarbij kwam een gevoel van vervreemding, alsof de wereld om me heen niet echt was. Verbeten werkte ik door, tot het niet meer ging. De diagnose: overspannen. Hoe gênant! Overspanning, daar werd slechts fluisterend over gepraat. Ik kreeg de indruk dat je geestelijk toch wel een watje moest zijn als dit je overkwam.
De psychologe bij wie ik me schoorvoetend meldde, was de eerste die uitlegde dat ik in elk geval een depressie had. Eindelijk: een deel van de ellende had een naam! Alleen mijn rondmalende angsten kon ze niet plaatsen. Ze vroeg zich af of m'n geloof er misschien iets mee te maken had. Dat gaf een vervelend gevoel. Hoezeer ik de bijbel op bepaalde punten misschien ook verkeerd interpreteerde, dat geloof in Gods leiding was tijdens talloze slapeloze nachten juist het belangrijkste houvast geweest.

Behandelaars die niets weten over de geloofsachtergronden van hun cliënten, kunnen als olifanten door een porseleinkast stappen. Vanwege het belang van zulke kennis geven psychiaters Gerrit Glas en Piet Verhagen cursussen voor niet-gelovige collega's. Glas: "Ik adviseer ze om in hoofdlijnen op de hoogte te zijn van de kerkelijke kaart en de grote verschillen in cultuur en belevingswereld tussen katholieken, bevindelijke en niet-bevindelijke gereformeerden, evangelischen, moslims en boeddhisten. Ik adviseer ze ook om zo nodig een second opinion aan te vragen bij psychiaters of psychotherapeuten die de ontbrekende kennis en dat inlevingsvermogen wel hebben." Soms helpt het hanteren van bepaalde woorden al: " Ik suggereerde een psychotherapeut die vast dreigde te lopen met een bevindelijke patiënt eens om het woord genade te gebruiken, en de patiënt te laten uitleggen waarom hij dacht niet in aanmerking te komen voor Gods genade. Die vraag leidde tot verbetering van het contact en een doorbraak in de behandeling."

Het belang van kennis over de geloofsachtergrond benadrukt ook de Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën CVADF. Deze werd vijf jaar geleden opgericht omdat christenen met angststoornissen vaak een stuk begrip blijken te missen op het moment dat hun angst- en fobieproblemen mede te maken hebben met hun geloof. 'Kennis van de belevingswereld is dan onontbeerlijk in het onderlinge contact tussen hulpvragende en hulpverlener', aldus de CVADF.

Zelf kwam ik er uiteindelijk via via achter dat ik behalve aan een depressie aan een dwangstoornis leed (zie kader). Een gespecialiseerde therapeut en antidepressiva zorgden dat op m'n zesentwintigste eindelijk de zwarte wolken uit m'n hoofd dreven.
Dat betekent niet dat ze verdwenen zijn. De depressies en angsten blijven mijn achilleshiel. Ze zijn erfelijk verankerd in m'n systeem en steken de kop op bij extreme stress en ingrijpende gebeurtenissen. Bevallingen bijvoorbeeld… Maar ik ben dankbaar dat er in deze tijd manieren zijn om ze te tackelen. Mijn eigen wapens zijn humor en relativeringsvermogen. Bovendien heb ik door de jaren heen veel begrip gekregen voor mensen die in de knoop zitten. En soms kan ik hen op mijn beurt troosten en verder helpen.
Psychiater Rien Schoonhoven ziet het grote belang van 'gewone' gemeenteleden die mensen met psychische problemen bijstaan. Daarom begon hij vrijwilligers toe te rusten tot 'klaagpersonen'. Maar je hoeft geen klaagpersoon te zijn om mensen met depressies en angsten te kunnen helpen. Schoonhoven: "Belangrijk is vooral dat je luistert, belangstelling toont, trouw bent en de ander serieus neemt."
CVADF-Bestuurslid Vrouwkje Messing, zelf sinds twintig jaar ervaringsdeskundige op het gebied van dwang en depressie, voegt daaraan het grote belang van lotgenotencontact toe. "Veel mensen lopen lang rond met dit soort klachten voordat ze hulp zoeken. Het is dan een opluchting om met mede-christenen te praten die dezelfde stoornissen hebben: de herkenning, het samen bijbellezen en bidden, dat alles kan veel goed doen. Bovendien ben je één in het geloof dat God je leidt - ondanks alle vragen die je hebt."

Kaders:

Heb ik een depressie?
Wil je weten of je een depressie hebt, doe dan de test op www.depressiecentrum.nl, een website van het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid.

Wat zijn dwang- en angststoornissen?
Dwanggedachten zijn hardnekkig terugkerende akelige gedachten al of niet gecombineerd met dwanghandelingen, zoals tellen, controleren of schoonmaken.
Dwangstoornissen (ook wel: obsessief-compulsieve stoornissen) horen samen met onder meer fobieën en paniekaanvallen tot de angststoornissen. Er zijn in Nederland meer dan 1,3 miljoen mensen met een angststoornis.
(Bron: , www.nvvp.net, CVADF)


De Christelijke Vereniging voor Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën is bereikbaar via tel. 0318-547888.



Back to content | Back to main menu